De boer op met: André Altena van de ledenadministratie in gesprek met melkveehouder Alina Udink

  • Regio Oost
  • Overijssel
  • Melkveehouderij
  • Zuid Twente
  • LTO Noord

Hoe kunnen de meststromen op het bedrijf het beste worden ingezet? Alina en Henk Udink kijken met ForFarmers naar wat mogelijk is. ‘Het is een zoektocht naar hoe we de dikke en dunne fractie en digestaat toepassen’, zegt Alina Udink.

Alina Udink en haar man Henk runnen een melkveebedrijf met circa 170 koeien in het Overijsselse Markelo. Sinds maart draait er een monomestvergister. ‘We wilden iets aan verduurzaming doen, zoals de CO2-uitstoot verminderen, om het bedrijf klaar te maken voor de toekomst’, vertelt Udink aan André Altena, medewerker van de ledenadministratie van LTO Noord. ‘We vinden dat we als sector een bijdrage moeten leveren aan verduurzaming.’

Het echtpaar Udink dacht na over diverse opties, zoals zonnepanelen en windenergie, maar werd niet enthousiast van deze vormen van duurzame energie. Totdat Royal FrieslandCampina (RFC) belde met de vraag of ze een monomestvergister wilden plaatsen via het project Jumpstart.

In dat project helpt RFC melkveehouders onder andere bij het verkrijgen van financiering, vergunningen en SDE+-subsidies. ‘De uitleg over dit project klonk mij als muziek in de oren’, zegt Udink. ‘Er werd een businesscase gemaakt en wij hebben onze handtekening gezet voor een periode van twaalf jaar.’

Afstortput voor mest

Om dagverse mest te kunnen vergisten, wil de familie Udink een afstortput plaatsen aan het eind van de stal. Daar wordt nu aan gewerkt, met bovenop de put een uitbreiding van de stal met 25 meter. Op termijn kunnen dan iets meer koeien worden gehouden. ‘Richting de tweehonderd koeien wordt het proces van de mestvergister rendabeler’, aldus Udink. De vloeren worden dichtgelegd, wat zorgt voor minder uitstoot van ammoniak en methaan.

Na achtentwintig tot dertig dagen in de vergister, wordt een deel van de vergiste mest overgepompt naar de mestscheider. Die scheidt de mest in een dikke en dunne fractie. Digestaat dat niet door de mestscheider gaat, wordt opgeslagen in de na-opslag. ‘Het is een zoektocht hoe we de meststromen het beste in kunnen zetten’, aldus Udink. ‘Daar werken we aan, samen met ForFarmers. Een deel van de dikke fractie wordt bijvoorbeeld gebruikt voor biobedding in de boxen.’

Het biogas dat ontstaat door vergisting wordt door twee motoren in een warmtekrachtkoppeling omgezet in elektriciteit en warmte. De warmte wordt gebruikt in de droogvloer, waar balen gras worden gedroogd. Daar kunnen ook de dikke fractie en gekloofd hout worden gedroogd. Van deze droogunit draaien er pas enkele in Nederland. ‘Ook dit draagt bij aan het rendabeler maken van de mestvergister’, legt de melkveehouder uit. 

Verhuizing 

Tot 2008 woonde Udink in het Drentse Zuidwolde, samen met haar nu 22-jarige dochter Melanie uit haar eerste huwelijk. Ze werkte op een zorgboerderij en hield eerder zelf vleesvarkens. In 2007 leerde ze Henk Udink kennen, een jaar later volgde een verhuizing naar zijn boerderij. 

‘Ik had nog nooit een koe gemolken, maar ik maakte de keus om volledig mee te gaan werken op het bedrijf’, blikt Udink terug. ‘Ik vind het hartstikke leuk om te doen. Als je geïnteresseerd bent, leer je snel. Ik ben altijd bij gesprekken met de voerleverancier, de voorlichter enzovoort. En je bent samen thuis, dan overleg je veel met elkaar.’

Op het bedrijf wordt driemaal daags gemolken in een 2x12-stands rapid-exit-melkstal. Udink en haar man melken ‘s morgens om 5 uur en ‘s middags om 12.45 uur. Voor de avond is er een groep van zo’n acht tot tien jongeren die om beurten melken. De moeder van Henk Udink, ook woonachtig op het erf, werkt nog dagelijks mee in de stal.

‘Waarom melken jullie drie keer per dag?’, wil Altena weten. Udink: ‘Vanwege de gezondheid van de koeien, ze kunnen met twee keer per dag hun melk niet kwijt. Nu zien we dat ze minder stress ervaren en we een goed aantal liters kunnen melken.’

Transparanter

Udink is sinds een paar jaar bestuurslid van LTO Noord-afdeling Zuid Twente. ‘LTO Noord is transparanter geworden, een goede ontwikkeling’, vindt ze. ‘In onze afdelingsnieuwsbrief leggen we aan leden uit wat we voor hen hebben gedaan. En ook waarom het soms niet is gelukt om te bereiken wat we wilden. Als je zelf in het bestuur zit, zie je waarom belangenbehartiging soms moeilijk is.’ 
Boerderijeducatie behoort tot de portefeuille van Udink, die ook coördinator is van Kiekeboer’n, een samenwerkingsverband van Twentse educatieboeren. Namens LTO Noord is ze ook lid van de Kerngroep Groen van de gemeente Hof van Twente, naast onder andere Markelo Lokaal, IVN en Hofvogels.

‘Dan merk je dat het belangrijk is dat we blijven uitleggen wat we doen en waar we tegenaan lopen’, vertelt de melkveehouder. ‘Landbouwgrond van 8 of 9 euro per meter kun je bijvoorbeeld niet zomaar braak laten liggen. Er komt meer begrip als je uitlegt dat er een verdienmodel nodig is om boer te blijven.’

Medewerker LTO Noord de boer op 

In de zomerserie van 2021 gaan medewerkers van LTO Noord in gesprek met leden op hun bedrijf. Voor de vierde aflevering gaat André Altena, werkzaam bij de ledenadministratie van LTO Noord, in gesprek met melkveehouder Alina Udink. Het gesprek gaat over de monomestvergister op het bedrijf, het driemaal daags melken en haar functie in het LTO Noord-afdelingsbestuur en bij Boerderijeducatie.

Bron:

Nieuwe Oogst